De aasgier:
Elke avond, als het eten bijna klaar was, zat de aasgier al klaar in zijn vaste stoel. Hij hield altijd de keuken nauwlettend in de gaten, vaak met een boek of zijn telefoon in de hand, terwijl hij afwachtte tot het magische moment waarop de kok eindelijk riep: “Jongens, het eten is klaar!” Dat was het signaal waar hij op wachtte. Zonder aarzeling sprong de Aasgier op en haastte zich naar voren, altijd met het grootste bord dat hij kon vinden. En dan begon het spektakel.
Met een indrukwekkend grote lepel schepte hij zijn bord vol, zo veel mogelijk in één keer. De stapel pasta torende hoog boven zijn bord uit, een meesterwerk van overdaad. De anderen keken geërgerd toe; zelfs de kok kon een diepe zucht niet onderdrukken. “Serieus, man,” mompelde iemand, “we moeten hier allemaal van eten. Neem gewoon een normale portie, joh.”
Maar de aasgier glimlachte alleen maar terwijl hij naar zijn torenhoge berg eten keek. Dit was een ritueel dat hij al jaren trouw herhaalde, een patroon dat bijna net zo vaststond als de avondmaaltijd zelf. Als hij de scherpe blikken van de anderen voelde, kwam hij altijd met dezelfde, bekende argumenten: “Jongens, we hebben flink gefietst vandaag. We moeten goed eten, toch?” Of hij wuifde de kritiek weg met een soort verontschuldigend schouderophalen: “Iemand moet toch als eerste opscheppen? En ik schep maar één keer op.”
De Asgier keek niet op of om, alleen naar zijn bord. Terwijl hij zijn maaltijd met grote happen verslond, gleed er een tevreden glimlach over zijn gezicht. En zo ontstond iedere avond opnieuw hetzelfde tafereel, een ritueel waar niemand ooit aan gewend leek te raken – behalve de Aasgier zelf, die onverstoorbaar zijn best deed om altijd weer de eerste, en grootste, portie binnen te slepen.
Wijnarrangement
Gedurende de jaren hebben we onze eetgewoonten hier en daar aangepast. Tegenwoordig eten we vaker in restaurants, zodat niemand hoeft te koken. Voor de liefhebbers onder ons is dit ideaal, want we kunnen verschillende gerechten bestellen en er ruim van genieten. Soms weten zelfs de mensen aan de andere tafels wat er op ons menu staat. Vaak is de keuze pasta met een salade ernaast. Maar zodra die salade wordt geserveerd, gebeurt er iets bekends: iemand probeert de ober te wenken voor een opscheplepel, maar de rest gaat er alvast met hun eigen vork in de salade. Binnen dertig seconden is de schaal leeg.
Waar we op de camping vaak bier dronken – van die schattige kleine flesjes Kronenbourg – nemen we in restaurants juist vaker een wijntje. Misschien proberen we ons volwassen te gedragen zodra we aan een restauranttafel zitten. Het is sowieso interessant hoe ons ‘studentengedrag’ altijd weer bovenkomt, zelfs nu we allemaal thuis een gezin hebben. Het fietsen lijkt bij ons een soort oerinstinct los te maken; als een stel hongerige leeuwen zitten we aan tafel.
Een van de meest memorabele avonden was onze pizza avond in het restaurant op de camping in Italië. Italië is favoriet vanwege het eten en de uitstekende espresso. We hadden gereserveerd voor tien personen, midden in het restaurant, tussen de andere gasten. De groepsdynamiek was moeilijk te beheersen; ondanks pogingen om ons netjes te gedragen. Iemand vroeg om de kaart en kreeg direct de wijnkaart voor zijn neus. “Ik heb wel zin in een wijntje,” klonk het. Een wijntje bij het eten voelt sociaal wenselijker dan een halve liter bier – maar toch zie je die halve liters vroeg of laat gewoon weer op tafel verschijnen.
Elke keer opnieuw heerst er in het restaurant die strijd tussen ‘netjes eten’ en onze eigen groepsrituelen. Sommigen van ons bestellen direct die halve liter, een ander kiest beleefd een glas wijn, en de rest doet beide: “Eerst een biertje, en dan een wijntje.”
Een van onze vrienden, paste perfect in het plaatje. Hij had onlangs een wijncursus gevolgd. Uiterlijk is hij een nette jongen: hij houdt van mooie spullen en dat zie je terug in zijn kleding, fiets, auto en de manier waarop hij alles netjes verzorgt. Rienk ontfermde zich met een zekere flair over de wijnkaart, bestudeerde de druiven en regio’s, en vroeg de groep naar hun voorkeuren. “Geen Franse wijn, wel een volle,” riep iemand. “Niet de goedkoopste, doe maar iets goeds,” schalde een ander door het restaurant, waarmee het standaardkeuzepatroon werd blootgelegd: niet de huiswijn (dat voelt alsof je frisdrank bestelt). Uiteindelijk werd een wijn gekozen.
Toen de ober terugkwam met de vraag wie een glas wilde, bleek ineens iedereen er een te willen. Je kunt immers altijd besluiten niets te nemen, maar zonder glas ben je buitengesloten. Vervolgens vroeg de ober wie de wijn wilde proeven. Het werd even ongemakkelijk. Ik dacht bij mezelf: hoe kan ik nu beoordelen of dit de juiste wijn is? Moet ik het etiket controleren?
De fijnproever nam de taak op zich. Hij nam een slok en knikte goedkeurend. De fles werd uitgeschonken, en ik nam ook een slok. Het was een zure, onaangename smaak, bijna alsof ik balsamicoazijn dronk. De anderen keken vragend om zich heen; niemand leek het echt lekker te vinden, maar onze fijnproever bleef tevreden.
En toen kwam de onvermijdelijke reactie: “Nou ja, er zit tenminste alcohol in, gewoon opdrinken en de volgende keer een andere kiezen.” Toch wenkte ik de ober. “Deze wijn lijkt me niet helemaal goed,” zei ik voorzichtig. De ober rook eraan en verontschuldigde zich meteen: de wijn was inderdaad verzuurd.
Hij keek naar de fijnproever, herinnerde zich dat hij had geproefd, en bood opnieuw zijn excuses aan. De groep barstte in lachen uit en onze expert, met zijn zelfverzekerde wijnkennis, werd even vriendelijk uitgelachen. Zelfs de ober kon een glimlach niet onderdrukken. “Misschien meer geschikt voor de salade,” zei hij met een knipoog.
Andouillette
Junior stond bekend om zijn nieuwsgierigheid en onverschrokken smaakavonturen, dus toen we op een avond in een Frans restaurant belandden, kon hij het niet laten om iets compleet nieuws te proberen. Terwijl wij het veilig hielden met de bekende klassiekers, besloot Junior dat het tijd was voor een culinair avontuur en wees iets mysterieus aan op de menukaart: andouillette. Zonder echt te weten wat hij bestelde, knikte hij vastberaden naar de ober en bestelde er een goede fles wijn bij.
Nu is het vertalen van Franse wijntermen één ding, maar de Franse gerechten? Dat was andere koek. We probeerden hem nog te waarschuwen: “Junior, weet je zeker dat je weet wat dat is?” Maar hij wuifde ons weg met een grijns en een zelfverzekerde knipoog, “gewoon een worst of zo”.
Toen het gerecht werd geserveerd, leunde Junior nog altijd ontspannen achterover, klaar om zijn smaakpapillen iets nieuws te laten ontdekken. Een heerlijke geur was echter niet direct waar je aan dacht bij andouillette – eerder een aroma dat vragen opriep over de levensbeslissingen die tot dit moment hadden geleid. Toch pakte hij vol vertrouwen zijn bestek op, sneed een klein stukje af alsof hij de hoofdrolspeler was in zijn eigen kookprogramma.
De eerste hap ging niet zoals gepland. Zijn gezicht verstarde en veranderde in een mix van verbazing, wanhoop en, eerlijk gezegd, iets dat leek op intense spijt. Zijn ogen schoten open terwijl hij probeerde het door te slikken, maar je zag de strijd in zijn gezicht. Hij bleef dapper, maar in een fractie van een seconde verscheen er lichte paniek. Hij keek om zich heen, zoekend naar een manier om deze smaakervaring subtiel te beëindigen. Hij greep zijn servet en probeerde met een beweging die zogenaamd onopvallend was, de hap in het doek te spugen.
“Nou, dat was subtiel,” zei iemand geamuseerd, terwijl de rest van ons in de slappe lach schoot. Junior, nog steeds worstelend met de nasmaak van andouillette, mompelde iets van “ranzig” ” dit is niet goed”.
Opeens verscheen er een nieuwe uitdaging: wat te doen met de rest van het gerecht? Hij probeerde het nog op zijn bord te herstructureren, een stuk brood erbovenop te leggen alsof dat zou helpen, maar de geur liet zich niet verbergen.
Met rode wangen en een mengeling van schaamte en trots verklaarde hij: “Ach ja, je kunt niet elke keer winnen.” De tafel ging opnieuw in lachen uit, en uiteindelijk lachte zelf ook maar mee. Zijn heldhaftige poging om “de Franse cultuur écht te omarmen” werd meteen een legendarisch verhaal in onze groep.



