Hoe wij met de fiets naar de Alpen reizen
Traditioneel stapten we altijd in de auto. Heel praktisch: je gooit alles achterin en rijdt in één ruk naar de Alpen. Onderweg heb je tijd om bij te praten met je reisgenoten. Nadeel: je komt vaak al gesloopt aan na een lange rit. In de beginjaren reden we zelfs ’s nachts door, dat scheelt tijd, maar je bent uiteindelijk nóg vermoeider.
De laatste jaren zijn we gaan experimenteren: vliegen en een fiets huren, en laatst zelfs de trein. Elk avontuur leverde zo z’n eigen verhalen op.
Vliegen + fiets huren
Het beste idee tot nu toe: vliegen naar Genève en daar een fiets huren. ’s Ochtends in het vliegtuig, en om 10.00 uur zaten we al op een gloednieuwe huurfiets richting Moutiers. Onderweg pik je zomaar een col mee in ons geval de Semnoz, een schitterende klim boven het meer van Annecy.
Op de top van de Semnoz is een restaurant waar we in Nederland al een tafel hadden gereserveerd. Bij aankomst bleek het hele terras afgeladen vol: strak geklede stelletjes aan alle tafels. Fietsers werden resoluut geweerd. Maar toen wij onze reservering konden laten zien, kregen we de enige vrije plek: een tafeltje voor twee midden op het terras. Een heerlijk triomfantelijk gevoel.
Niet alle vliegreizen waren zo vlekkeloos. In Venetië moesten we een fiets ophalen bij een oma. En uit de fietsen was ook alle energie weggelekt die stonden met lege banden in een garagebox. Vanuit Turijn ging het beter: middelmatige fietsen, maar wél op verzoek gratis geleverd op het vliegveld. Vanaf daar kun je de Colle del Nivolet over. Die col kun je eigenlijk niet oversteken, maar wij deden het toch. Eerst hobbelden we over steeds grotere stenen, daarna een uur lopen met de fiets op de schouder. Uiteindelijk daalden we af naar Aosta een briljant avontuur.
Trein
Ons nieuwste experiment: de nachttrein van Utrecht naar Zürich, en dan verder naar St. Moritz. Vanaf daar direct de fiets op richting Bormio.
Klinkt romantisch? Dat is het ook… mits je een paar dingen goed regelt. Reserveer op tijd een slaapcoupé. Denk na over bagage: je kunt spullen meegeven aan vrienden met de auto (maar dan ben je afhankelijk van hun grillen), of alles zelf meeslepen (extra training, tot je beseft dat je met een twintig kilo zware rugzak nog een col over moet).
Wij hadden niet gepland dus zaten we op eerste klas stoelen op de heenweg. Ik besloot een week te overleven op één set kleding. Mijn reisgenoot koos de andere strategie: een gigantische rugzak mee de berg op sleuren.
De lokale boemel naar St. Moritz is traag maar adembenemend. Wij stapten halverwege uit omdat we sneller waren op de fiets en natuurlijk jeukte het om te trappen.
Op de terugweg hadden we plekken in een zes-persoonscoupé geboekt. Na een dag fietsen in 38 graden strompel je bezweet die trein in. De airco doet pas iets zodra de trein rijdt, dus je zit met vier vreemden in een mobiele sauna. Dan vraag je je af: wat hebben deze mensen gedaan? En wil je na een week met stinkende en luidruchtige fietsvrienden niet gewoon een beetje rust? Gelukkig bleek het lot ons goedgezind: we deelden de coupé met z’n tweeën.
Tip: Neem altijd een fietsslot mee. Met een slot slaap je misschien niet beter, maar wel iets rustiger. Zeker in Duitse steden als Frankfurt, waar ’s nachts van alles door de trein loopt, is dat geen overbodige luxe.
Dus wat is de conclusie? Dat er eigenlijk geen conclusie is. De auto, de trein, het vliegtuig elke optie heeft zijn gedoe. Maar precies dat gedoe maakt het een avontuur.



