De Col de Peyresourde is een ware klassieker. In 1910 voor het eerst opgenomen en sindsdien bijna ieder jaar onderdeel van de Tour de France. Wordt vaak in combinatie gereden met de col d’Aspin en de Tourmalet.
De eerste mogelijkheid die ik zelf had om deze legendarische Col te beklimmen was tijdens de fietsvakantie van 2016 vanuit Argeles-Gazost. Dit is niet de beste plek om te starten omdat de tocht dan 95 km lang is en je over de Tourmalet en de Aspin moet klimmen en ook weer terug moet rijden. Je kunt beter Luz Saint Sauveur als uitvalsbasis nemen dan rest een tocht van 75 km, wat een perfecte route geeft. Ook is de route eenvoudig in te korten naar alleen de Tourmalet of een combinatie van Tourmalet en Aspin of de volledige Tour met drie cols.
Dit jaar, in 2024, was ik weer op vakantie in Argelès Gazost met het gezin. Je kunt makkelijk een fiets huren bij de verschillende verhuurbedrijven. Ik heb dat gedaan bij L’ étape des Pyrénées en ook in Luz zijn veel verhuurmogelijkheden.
Ik ben met de auto naar Arreau gegaan en ben daar gestart met fietsen. Ik beklom eerst de Col d’ Aspin en om vervolgens de Peyresourde te beklimmen. De Aspin is een prachtige berg en redelijk eenvoudig, op de top is geen eten of drinken te krijgen dus daar moet je rekening mee houden. Vervolgens heb ik na de afdaling van de Aspin de Peyresourde beklommen. Dit is een mooie route. De route heeft weinig bochten en heeft veel vals plat. Hoewel de route prachtig is en het aantal hoogte meters rond de 800 hm heeft is dit niet de klassieke kant van de berg.
Bovenop aangekomen is een restaurant waar een enorme stapel pannenkoeken op je ligt te wachten 70 cent per stuk ook 12 voor 7 euro. Een fantastische aanbieding ik twijfel even over het bestellen van 12 pannenkoeken maar dit lijkt me toch wat veel. Als ik erover nadenk is het jammer dat de rest van de fietsvrienden er niet bij is. Ik ben gewoon nieuwsgierig hoe het zou zijn om met de hele groep hier pannenkoeken te bestellen. Dit begint dan met een lange discussie over het aantal te bestellen pannenkoeken, iedereen moet inschatten wat hij zou kunnen eten. Dan gaan mensen zeggen ik wil geen pannenkoeken, hebben ze niet gewoon pasta. Dan denk ik dat na lang discussiëren de eerste batch van 12 pannenkoeken besteld wordt. Ik zie ook voor me dat die nog voordat het bestek gegeven is volledig op wordt gegeten. Hiervoor bestaan verschillende technieken, twee pannenkoeken in elkaar rollen en 2 tegelijk eten of een snel in de mond stoppen en dan direct de tweede in de hand nemen. Mensen die eigenlijk liever pasta willen eten dan toch ook pannenkoeken. Dan moet een tweede batch besteld worden, typisch wordt die net zo snel gegeten. En dan als iedereen klaar is komt de laatste renner van de groep boven, bijvoorbeeld Daan of Rinze en die hebben dan geen eten gehad terwijl de rest door wil fietsen. Dit zouden we oplossen door te zeggen dat de pannenkoeken niet lekker zijn. Ik zou dan verwachten dat iemand snel nog 12 pannenkoeken haalt en dat deze persoon alleen op het terras eindigt met de stapel pannenkoeken.
Nu ik alleen ben bestel ik wijselijk 4 pannenkoeken.
Dan besluit ik om de Peyresourde af te dalen aan de andere kant om vervolgens ook de klassieke kant te fietsen. Ik wil voorkomen dat ik later spijt krijg dat ik deze kant niet heb gereden en ik verwacht niet snel terug te keren op deze plek. Hoewel vaker wel blijkt dat ik cols rijd die ‘once in a lifetime’ zijn, die later toch door iedereen bezocht en gereden worden, zoals de Mont Ventoux en de Col de la Finestre. De afdaling is mooi en eenvoudig beneden bij de rotonde draai ik om en begin direct aan de beklimming terug. Het is ondertussen aardig warm geworden en de stenen muur stralen behoorlijk warmte af. Ook de twee Cols die ik al beklommen heb beginnen mijn snelheid te beïnvloeden. Op twee a drie km van de top beginnen ongeveer de laatste haarspeldbochten. Ik stop in de schaduw om even mijn hartslag te laten dalen en het laatste water te drinken. Dit is iets wat ik vroeger nooit zou doen, maar tegenwoordig moet ik tijdens de lange ritten soms even stoppen en een voetje aan de grond zetten.
Terwijl ik daar sta, stopt een andere wielrenner die vraagt eerst in het Frans en dan in het Engels of ik het laatste stuk met hem wil oprijden en blijft met een glimlach staan. Ik weet even geen antwoord, waarom? denk ik. Ik denk goed na en kom tot 3 scenario’s waarbij ik samen zou blijven rijden. De eerste is als je elkaar mentaal nodig hebt. Ik heb dit ooit gedaan met Wynfrith toen we dronken aan de start van de Ronde van Vlaanderen stonden. Het leek ons toen het beste om het eerste deel bij elkaar te blijven om elkaar te ondersteunen in een barre tocht. We hebben dat 160 km volgehouden en hebben toen ons eigen plan getrokken. Nu was ik niet fris meer maar die laatste drie km kan ik echt wel alleen rijden en ben ik niet afhankelijk van een Franse wielertoerist. De tweede reden die ik kon bedenken is als er gevaar dreigt. Ooit hebben we met onweer een berg beklommen en toen besloten we ook bij elkaar te blijven. Het was verstandig om in de buurt van Folkert te blijven die toen nog als enige nog een frame van aluminium had. Dit is in geval van bliksem een goede afleider en voor de eigen veiligheid is het in dat geval een verstandige keuze bij elkaar te blijven. Ik denk na en zie op deze dag geen gevaar dus ook dat scenario vervalt. Dan is de laatste reden die ik kan bedenken dat je moe bent en eigenlijk de strijd met de andere renner niet meer aan kunt. Ik heb dit zelf wel eens gehad met Vincent dat je in de laatste km nog bij elkaar rijdt en dan voorstelt om samen op te rijden in de hoop dat Folkert een mooie foto maakt op de top. Dit is eigenlijk altijd gedoemd te mislukken omdat je op de laatste 100m altijd probeert te sprinten. Dus deze Fransman denkt dat ik moe ben en wil dan op de laatste meters mij eruit proberen te sprinten? Ik zeg vriendelijk nee tegen het aanbod samen te rijden, en geef aan dat ik mijn eigen tempo wil rijden. Ik geef hem 200 meter voorsprong en ga in de achtervolging. Ik zie dat ik sneller ben en ik ga hem op tijd inhalen. Na een anderhalve km klimmen zit ik al in zijn achterwiel hij draait zich om en glimlacht weer vriendelijk zoals eerder. Ik kan niet goed inschatten wat deze glimlach betekent en ik besluit het niet op de laatste meters aan te laten komen. Ik schakel zwaarder, ga staan en rij weg. Ik sprint het laatste stuk naar de top. Dit moet toch wel vreemd over komen, zou er een vierde reden zijn om samen te fietsen en is dit wegrijden niet een beetje vreemd. In onze fietsgroep zou op elkaar wachten vreemd zijn. Ik besluit maar om direct af te dalen vanaf de top naar de auto, dan hoef ik deze actie ook niet uit te leggen.
Ik heb de Peyresourde nu ook vanaf de klassieke kant gereden.

— JS



